Ter voorbereiding op de zeevaartschool leek het mij verstandig om wat extra ervaring op zee op te doen. Dus ipv een zinderende vakantie op een camping in Spanje koos ik voor een vakantiebaantje op zee.
In juli 1964 ben ik aangemonsterd als lichtmatroos op het
vrachtschip Domburgh van de rederij  NV Wm Müller & Co.
uit Rotterdam. Dit schip onderhield een dienst vanuit
Rotterdam op Algerije en Marokko.  Ik weet nog dat we
met mooi weer vertrokken vanaf de Parkkade in Rotter-
dam en  2 uur later zaten we al op de Noordzee. Ik kneep
hem wel een beetje;  als passagier was ik meerdere malen
behoorlijk zeeziek geweest. In feite is het een vrij on-
schuldig verschijnsel, maar als je het hebt dan denk je
echt dat je einde is gekomen. Dat een mens zich zo
ellendig kon voelen hield ik niet voor mogelijk.
Een griepje lijkt er een uitje naar een pretpark bij. Stopte het schip met slingeren of stampen of kwam je in een haven dan was de zeeziekte binnen een uur voorbij en kon je je eigenlijk niet meer voorstellen hoe beroerd je was geweest. Emmers heb ik ondergekotst en anders wel het bed (als ik te laat was).
Ik werd echter niet zeeziek en werd daar schijnbaar een beetje overmoedig door. De bootsman – altijd in om overenthousiaste lichtmatrozen weer met beide benen op het deinende dek te krijgen -  temperde mijn vreugde door te zeggen dat zelfs zijn neurotische buurvrouw bij deze zeegang fluitend over het dek kon lopen, maar dat ik wel anders zou piepen op het moment dat we in de Golf van Biskaye kwamen. Volgens hem spookte het daar altijd en zeker als er  groentjes aan boord waren.  Gelukkig voor mij kreeg hij ongelijk, het was bladstil in de Golf. Later heb ik het daar wel anders meegemaakt en moest dan wel eens aan mijn tripje op de Domburgh denken en de sombere voorspelling van de bootsman. Het kan vreselijk spoken in de Golf van Biskaye.  
Maar op die bewuste reis leek het dus meer op een relaxte vakantie reis.  
Het werken aan boord was afwisselend en over het algemeen leuk om te doen; vanaf de eerste dag riep de stuurman me al binnen in het stuurhuis en mocht ik achter het stuurwiel.  Een geweldige ervaring; dat grote schip dat naar jou luisterde. Een tikkie bakboord en hup het schip ging naar links. Ho, zo was goed genoeg dus het stuurwiel weer naar het midden, oftewel midscheeps. Maar het schip bleef maar doordraaien, dus gauw stuurboord roer geven. Het schip reageerde echter traag dus meer stuurboord roer. Hè hè eindelijk begon het schip terug te draaien. Maar verdorie nou begon hij door te draaien naar rechts en ik weer veel roer geven naar bakboord. De stuurman zat mijn gestuntel geamuseerd aan te kijken maar deed eerst niets. Op een gegeven moment zei hij “kijk eens achteruit naar het kielzog, dat lijkt neregens op”.  En inderdaad het schuimspoor achter het schip kronkelde als een pofadder in de woestijn. “Ik zal je het één keer voor doen” zei de stuurman en tot mijn verbazing draaide hij zo nu en dan even licht aan het stuurrad, en het kielzog werd kaarsrecht.  Al vrij snel had ik het gevoel ook te pakken en toen werd sturen pas echt leuk.
Bij varen en zeker als je voor het eerst aan boord bent dan hoort daar een soort ontgroening bij. Niet te vergelijken met een studenten ontgroening;  op zee wordt je letterlijk van het kastje naar de muur gestuurd en weer terug.  Een voordeel is – alhoewel je dat op het moment zelf niet in de gaten hebt – dat je zo alle rangen en standen op het schip leert kennen.
Een van de bekendste ontgroeningen is: het olie-knip-schaartje.
Het gaat zo;  iemand – in mijn geval de stuurman – stuurt je naar de machinekamer om daar het olie-knip-schaartje op te halen. Niets vermoedend ga je de vetpot (= machinekamer) in en vraagt aan de eerste de beste persoon die je tegenkomt of je het olie-knip-schaartje mag lenen. Het blijkt dat je het aan de olieman hebt gevraagd en die stuurt je door naar de 1ste of 2de machinist, want die gaat over het olie-knip-schaartje. Heb je de juiste machinist gevonden en je stelt je vraag opnieuw dan knikt hij ernstig, produceert een paar denkrimpels en zegt tenslotte: “Tja, die heeft  de bootsman net opgehaald”. Ik weer aan dek op zoek naar de bootsman. Op mijn vraag of ik het (intussen vervloekte) olie-knip-schaartje mocht hebben kwam dezelfde frons op het voorhoofd van de bootsman.
wp80f9e033.png
wp5533b116.gif
wpa88109dc_0f.jpg