Daarna wilden wij weer direct het water in, maar dat mocht niet.

Toen gold nog de regel: na eten mag je het eerste uur niet het water in.

Bovendien begon het al schemerig te worden en dat hield in dat het binnen een kwartier donker zou zijn en dan kon je de boomstronken onder water niet meer zien, dus het werd ook te gevaarlijk om nog het water in te gaan.

In plaats daarvan vroegen we of we een boswandeling mochten maken en dat werd onder een aantal voorwaarden goedgekeurd. Niet door het bos maar op de paden en liefst op de weg waarop we waren komen aan rijden. En minimaal met groepjes van 3 kinderen, ieder voorzien van een goede zaklantaarn.

En we moesten ook flink hard praten, want ten eerste kon de leiding ons dan horen en ten tweede hield dat de eventuele jaguars op afstand.

JAGUARS!!  Wat waren dat dan, ik dacht dat hier grote tijgers of poema’s rondliepen.

Nou voor tijgers hoefden we niet bang te zijn, want die waren hier niet, kregen we te horen, maar als een soort compensatie liepen er wel jaguars rond en die waren minstens zo gevaarlijk als tijgers.

Alleen als je met een groepje van 3 personen was en ieder had een zaklamp en je praatte ook nog hard dan bleven de jaguars op een veilige afstand.

Al gauw gingen er diverse groepjes op pad.

Mijn groepje ging naar de weg en sloegen daar rechtsaf; anderen gingen naar links.

Na een tijdje lopen begon het donkerte van het bos toch indruk te maken en in plaats van steeds harder te praten stokte op een gegeven moment het gesprek.

Zwijgend liepen we verder, koortsachtend met de zaklampen om ons heen aan het schijnen.

Ieder moment verwachten we dat of een poema of een jaguar vanuit het bos te voorschijn zou komen springen.

Op een gegeven moment hoorden we een eind voor ons uit een hevig gekraak uit het bos en rende er iets snel van de ene kant van het bos, over de weg en verdween aan de andere kant weer het bos in. Geschrokken richtten we onze zaklampen allemaal die richting uit en zagen toen 2 geelgroene lampjes die onze kant uit schenen.

                                                                 wp76f2b6aa_0f.jpg                                                 

                                                                             Jaguar

Verstijfd van angst bleven we staan en als gebiologeerd keken  beide partijen

naar elkaar. In mijn belevenis duurde het wel uren, maar waarschijnlijk was een paar seconden reëler. Toen verdwenen de lampjes in dezelfde richting als het voorwerp wat eerder de weg was overgestoken.

Was het een poema, een lynx of misschien toch een jaguar die achter een prooi aan zat?

Op dat moment kwamen we er achter dat we al heel ver van het kamp af waren gedwaald en als één man draaiden we om en liepen – sneller dan daarvoor – gauw naar het kamp terug.

Daar aangekomen vertelden we met geur en kleur wat we beleefd hadden. En natuurlijk waren we niet bang geweest en natuurlijk wisten we nu bijna zeker dat het een jaguar was geweest.

Al gauw kwamen de andere groepjes ook terug en  allemaal hadden ze iets spannends meegemaakt.

 

Aangezien het een lange inspannende dag was geweest besloot de leiding dat we maar snel in onze hangmatten moesten kruipen.

 

 

Verder

wp5533b116.gif